Inhoud
Serieus werk maken van taalbeleid
Samenvatting
Op 8 oktober 2025 organiseerden de Taalunie, VO-raad en LOWAN-vo in Rotterdam de studiedag 'Nieuwkomersleerlingen in het secundair/voortgezet onderwijs: hoe geef je je taalbeleid vorm?' Vanwege de groei van het aantal anderstalige nieuwkomers in het onderwijs zijn veel ISK/OKAN-scholen de laatste jaren gaan samenwerken met scholen voor vo/so. Hun doel: zorgen voor een goede opvang en doorstroom. In de ochtend deden oud-leerlingen van de ISK hun verhaal. Daarna deelden betrokken scholen in thematische workshops hun praktijkervaringen. Uit de voorbeelden bleek dat er in Nederland en Vlaanderen serieus werk wordt gemaakt van taalbeleid. In zijn keynote liet Kris Van den Branden zien dat de lat in de NT2-lessen nog wel wat omhoog mag. Folkert Kuiken en Onno ter Haar doen namens Les verslag van de dag.

Panelgesprek met oud-ISK leerlingen – copyright Taalunie
Na een opening door Heleen Rijckaert van de Taalunie en Ankie Hermans van de VO-raad volgde er een panelgesprek waarin drie oud-leerlingen van de Internationale Schakelklas (ISK) werden geïnterviewd.1 Hun achtergrond is divers. De zestienjarige Oles uit Oekraïne zit (na twee jaar ISK) in 4 vwo en volgt daar het profiel Natuur & Techniek. De achttienjarige Koerdische Syriër Mohamad kwam op dertienjarige leeftijd (zonder enige schoolervaring!) naar Nederland en volgt nu een businessopleiding op mbo 2-niveau. De 25-jarige Braziliaanse Christina woonde zes jaar in Oostenrijk, waar ze na drie maanden al in het reguliere onderwijs werd geplaatst. In Nederland ging ze naar de ISK; nu studeert ze Antropologie in Leiden.
Ervaringen van oud-ISK-leerlingen
Als eerste brachten de oud-leerlingen naar voren hoe belangrijk het voor hen was om al in een vroeg stadium kennis te maken met schoolvakken. Zo was Oles blij met zijn lessen geschiedenis op de ISK. Daardoor begreep hij meteen meer van het land waar hij terechtgekomen was. Voor Mohamad was het fijn dat hij op de ISK al vakken kon volgen voor de vo-school. Christina vond dat de focus op de ISK wel wat meer op de vakken zou mogen liggen en niet alleen op de taal.
Een ander punt was hun aansluiting met Nederlandse leeftijdsgenoten. Op de ISK zijn de leerlingen vooral op elkaar aangewezen, omdat ze nog niet in contact komen met Nederlandse klasgenoten. Gelukkig hadden ze veel steun aan elkaar. De beste vriend van Oles was bijvoorbeeld een Pakistaan, al kreeg hij later ook Nederlandse vrienden. Mohamad leerde veel van andere ISK-leerlingen. Ze legden hem bijvoorbeeld uit hoe het zat met voegwoorden en werkwoorden. Wel verbaasde hij zich over de 'boze' reacties van zijn klasgenoten als ze iets niet begrepen.
Daarmee komen we bij de inzet van thuistalen in de lessen. Bij Christina mocht soms een andere taal, zoals het Engels, gebruikt worden. Dat hing echter wel af van de docent; sommigen waren nogal strikt. Voor Oles was het een geluk dat zijn docent uit Oekraïne kwam. Daardoor kon hij soms met haar in het Oekraïens praten. In de klas van Mohamed werden meerdere talen gesproken, maar dat was niet altijd even effectief.
Het instromen in het Nederlandse en Vlaamse onderwijs zorgt bij scholen voor verschillende uitdagingen, vooral vanwege de sterke groei van het aantal anderstalige nieuwkomers in de leeftijd van 12 tot 18 jaar. Dat aantal steeg de afgelopen jaren: in Nederland van 14.500 in 2021 tot 32.500 in 2023 en in Vlaanderen in dezelfde periode van 4844 tot 8437 (Taalunie, 2023). Na het panelgesprek waren er daarom workshops in drie stromen: schooloverstijgende samenwerking, professionalisering en begeleiding na doorstroom.
Schooloverstijgende samenwerking: ISK Delft
Niki Moeken en Marjoleen van der Gaag van ISK Delft vertelden over de opzet van een expertisecentrum voor opvangscholen in de regio Delft. Doel: passende begeleiding voor NT2-leerlingen, verankering van NT2-beleid en kennisdeling, en een soepele doorstroom en warme overdracht naar het vervolgonderwijs.
Het expertisecentrum fungeert als vraagbaak, organiseert bijeenkomsten voor kennisdeling, toetst de lees-, luister- en (zo nodig) rekenvaardigheid van leerlingen in het primair onderwijs en bereidt leerlingen voor op doorstroom door hen één dagdeel per week te laten meelopen op een vervolgschool (het zogenaamde deelschakelen). Verder wordt nazorg geboden in de vorm van voortgangsgesprekken over doorgestroomde leerlingen op de vervolgscholen. Daarnaast is er een netwerk nieuwkomersklassen in het leven geroepen.
ECAG Groningen
Het Expertisecentrum Anderstaligen Groningen (ECAG) biedt begeleiding en scholing op het gebied van NT2 en onderwijs aan anderstalige leerlingen. Samen met vo-scholen bouwt ECAG aan duurzame expertise. Nieuwkomerscoaches van de vo-scholen worden ingezet om expertise binnen de eigen scholen te verspreiden (olievlekprincipe). Erna Schuur en Jannelies Mik presenteerden in hun workshop de routekaart ISK-VO die in de hele provincie Groningen wordt gebruikt.2
Als succesfactoren van hun aanpak noemden ze: klein beginnen, medewerkers met verschillende achtergronden (nationaliteiten) en functies aanstellen (zoals onderwijsassistenten met NT2-kennis, schakel-, en vervolgschoolcoaches). Een ander punt was het opnemen van de ondersteuning aan nieuwkomersleerlingen in het talenbeleid van de school. Tot slot noemden ze het aanbod van korte modulaire scholingen, gegeven door ISK-specialisten.
Professionalisering: Panorama Antwerpen
Panorama is een van de vier OKAN-scholen in Antwerpen waar meer dan 70% van de leerlingen een andere thuistaal heeft dan het Nederlands. Jessica Vervoort en Els Lievens lichtten toe hoe de school de afgelopen tien jaar heeft ingezet op een taalkrachtige leeromgeving door in elke les te focussen op het verschaffen van voldoende context, het stimuleren van interactie en het bieden van taalsteun. Vanuit het leerkrachtenteam is een taalbeleid ontwikkeld dat afgestemd is op de diversiteit van de leerlingen en dat zichtbaar aanwezig is in de klas. Dit beleid kenmerkt zich door taalontwikkelend lesgeven, breinvriendelijke (lees: activerende en interactieve) werkvormen en het omarmen van meertaligheid, zoals het inzetten van de thuistaal tijdens de les.
De leerkrachten voeren regelmatig een 'leerwandeling' uit
Daarnaast voeren de leerkrachten regelmatig een 'leerwandeling' uit: in groepjes observeren ze tien minuten elkaars les, waarna ze aan elkaar verslag uitbrengen van hun bevindingen.

Workshop ISK Walcheren, Anne-Marie Verburg – copyright Taalunie
ISK Walcheren
In hun presentatie lieten Irene Duden en Anne-Marie Verburg van ISK Walcheren samen met Christine van der Meule van Scheldemond College zien hoe ze hun taalbeleid ontwikkeld hadden. Ze begonnen in 2018 met het delen van hun NT2-expertise in een brochure.3 Vervolgens gingen ISK en vo verder aan de slag en creëerden ze twee functies: de overstapcoach voor de praktische zaken en de NT2-overstapcoach voor de ondersteuning van de leerling in het eerste jaar na de overstap. Daarna wisselden de scholen kennis uit door middel van presentaties en klasbezoeken over en weer. De volgende stap draaide om het zelf verantwoordelijk en NT2-proof maken van het vo. De ISK nam het initiatief voor scholing, die breed werd ingezet en geïmplementeerd. Een belangrijk inzicht was dat individuele docenten er niet in hun eentje voor kunnen zorgen dat er beleid tot stand komt. Daarvoor is het nodig dat ook andere betrokkenen, zoals de directie, hun schouders eronder zetten.
Begeleiding na doorstroom: Summa College
Andrea Bell is projectleider NT2 bij Summa College, een organisatie met 26 scholen, 250 opleidingen en 17.000 studenten in de regio Eindhoven en omstreken. Bijzonder voor deze 'Brainportregio' is het internationale karakter ervan, met grote bedrijven als ASML, Philips, VDL en NXP. Door de sterke groei van 'internationals'4 stromen er ook steeds meer meertalige kinderen in het reguliere onderwijs binnen. Scholen kunnen bij Summa advies inwinnen over de haalbaarheid van een bepaalde schoolkeuze: de zogenaamde taalscreenings. Er is ook NT2-ondersteuning, zowel op locatie als Summabreed. Daarnaast is er een keuzedeel 'Toewerken naar 2F': een remediërend programma dat deel uitmaakt van de opleiding. Tot slot is er een pilot met een montessorischool waar ISK-leerlingen van 16-18 jaar al kunnen 'proeven' van verschillende vakken in het vo. Bell ziet dat er meer bewustwording is bij docenten en dat NT2 een plek krijgt in het taalbeleid. Volgens haar is het bij workshops voor docenten belangrijk dat NT2 niet los wordt gezien van de rest. Het moet gaan over gemeenschappelijke zaken waar alle studenten5 baat bij hebben.
NT2 moet niet los gezien worden van de rest
OKAN Gent
De tien OKAN-scholen in Gent en omgeving werken al jaren intensief samen. Binnen het Vervolgteam Gent, een overlegplatform voor vervolgschoolcoaches van deze tien scholen, zijn de afgelopen jaren verschillende initiatieven ontstaan. Die komen zowel ex-OKAN-leerlingen als leraren en schoolteams in het vervolgonderwijs ten goede.
In hun sessie presenteerden Seppe De Zutter (HTISA), Yanne De Belder (Richtpunt campus Gent Henleykaai) en Steven Delarue (Onderwijscentrum Gent) twee initiatieven. Eerst bespraken ze hun systeem van ondersteuningscoaching. Daarbij doet één vervolgschoolcoach de opvolging van alle ex-OKAN'ers en fungeert tevens als aanspreekpunt voor leraren. Daarna presenteerden ze een draaiboek voor vervolgscholen rond het werken met ex-OKAN-leerlingen.
Hefbomen voor taalbeleid
De dag werd afgesloten met een keynotelezing van Kris Van den Branden (hoogleraar Taalkunde aan de KU Leuven), getiteld 'Hefbomen voor taalbeleid'. Hij richtte zich in zijn bijdrage op twee pijlers: het onderwijs in de klas, dat evidencebased moet zijn, en de leeromgeving van leraren, gericht op collectief leren, de inzet van de juiste materialen en het aangaan van partnerschappen. Hij gaf daarbij vooral voorbeelden uit eigen werk (Van den Branden, 2022), in samenwerking met Vanbuel (Van den Branden & Vanbuel, 2023) en van Van Avermaet en collega's (2017), Jaspaert en Frijns (2017) en Delarue (2025).
De pijlers staan niet los van elkaar. De leercultuur van de docenten moet gericht zijn op het leerproces van de leerders, bijvoorbeeld via informele lesbezoeken en nabesprekingen. Deze blijken leerzaam en zetten aan tot vernieuwing en verbetering. Daarvan profiteren ook de leerlingen.
In het vervolg van zijn lezing presenteerde Van den Branden in sneltreinvaart tips voor het werken aan de vaardigheden luisteren, lezen, schrijven en spreken. Hij gaf ook aan welke aandachtsgebieden tot een grote leerwinst kunnen leiden. Dat zijn werken aan: metacognitie en zelfregulatie (zeven maanden leerwinst), leesbegrip (zes maanden), mondelinge vaardigheden6 (zes maanden) en feedback (zes maanden).
Het onderwijs kan ook té veilig zijn
Hij eindigde met een aantal observaties en aanbevelingen. De eerste was dat de lat in de OKAN/ISK-klas soms te laag ligt. Het onderwijs kan ook té veilig zijn. Docenten moeten hun leerlingen wel blijven uitdagen. Dat sluit aan bij wat oud-ISK-leerling Christina tijdens het panelgesprek 's ochtends al zei. Soms had ze het idee dat ze vastzat op een bepaald niveau. Ze vindt het belangrijk dat er niet alleen aandacht is voor wat er op school gebeurt: 'Leer ons ook dingen die we in ons leven nodig hebben.' En ook: 'Spreek met ons over alle onderwerpen.'
Een andere observatie is dat NT2-leerlingen te geïsoleerd zijn van NT1-leerlingen en dat er meer bruggen geslagen kunnen worden tussen ISK/OKAN-leerlingen en ex-ISK/OKAN-leerlingen.
Van den Branden sloot af met te zeggen dat krachtig taalonderwijs ook gewoon krachtig onderwijs is. Daarin ligt dan ook de sleutel om vakdocenten in het vo/so mee te krijgen. De inzichten uit het taalonderwijs kunnen elke docent helpen een betere leraar te worden. Wie wil dat nu niet?
Krachtig taalonderwijs is krachtig onderwijs
Referenties
- Delarue, S. (2025). Meertaligheid in de klas. Veelgestelde vragen beantwoord. Academia Press.
- Jaspaert, K., & Frijns, C. (red.). (2017). Taal leren. Van kleuters tot volwassenen. LannooCampus.
- Taalunie. (2023). OKAN/ISK en daarna. Aanbevelingen voor doorstroom van nieuwkomersleerlingen naar het vervolgonderwijs in Nederland en Vlaanderen. Taalunie.
- Van Avermaet, P., Derluyn, I., De Maeyer, S., Vandommele, G., & Van Gorp, K. (2017). Cartografie en analyse van het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers en OKAN-leerlingen. Universiteit Gent/Universiteit Antwerpen/KU Leuven.
- Van den Branden, K. (2022). How to teach an additional language. To task or not to task? John Benjamins Publishing Company.
- Van den Branden, K., & Vanbuel, M. (2023). Taal op school. 75 vragen over taalbeleid in het secundair onderwijs. Pelckmans.
- VO-raad (2024). Maatwerk voor nieuwkomersleerlingen. Meer kansen met passende ondersteuning in het reguliere vo. VO-raad.
Noten
- 1.In Nederland beginnen anderstalige nieuwkomers in de Internationale Schakelklas (ISK). In Vlaanderen gaan ze naar de Onthaalklas voor Anderstalige Nieuwkomers (OKAN). Daarna stromen ze door naar het reguliere onderwijs of een beroep. Op de website van de Taalunie staat een handige infographic waarin het onderwijs in Nederland en Vlaanderen vergeleken worden. Zie: https://taalunie.org/dossiers/79/onderwijssystemen-in-nederland-en-vlaanderen
- 2.De routekaart is te vinden op: https://ecag.openbaaronderwijsgroningen.nl/Routekaarten-doorstroom-ISK-naar-VO-of-MBO/
- 3.De brochure is te downloaden via de Lowanwebsite: www.lowan.nl/wp-content/uploads/2020/02/ISK-Walcheren-Brochure-overgang-ISK-naar-VO.pdf
- 4.Dat is de term die algemeen in de Brainport gebruikt wordt.
- 5.In het mbo wordt gesproken van studenten.
- 6.Preciezer gezegd gaat het hier om zogenoemde oral language interventions.
© 2009-2026 Uitgeverij Boom Amsterdam
De artikelen uit de (online)tijdschriften van Uitgeverij Boom zijn auteursrechtelijk beschermd. U kunt er natuurlijk uit citeren (voorzien van een bronvermelding) maar voor reproductie in welke vorm dan ook moet toestemming aan de uitgever worden gevraagd:
Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (postbus 3060, 2130 KB, www.reprorecht.nl) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912.
Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16, Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten, postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro).
No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.
Wil je schrijven over jouw eigen lespraktijk? Voor Tijdschrift Les zijn we altijd op zoek naar publicaties over de NT2-werkvloer. Daarom zijn we op zoek naar docenten die – als de gelegenheid zich voordoet - voor Les willen schrijven.
LEES MEERSonnet-voor-El-K
Mieke de Haan is huisdichter van Les. Dit gedicht gaat over formeel of informeel taalgebruik: zeg je u of jij? Maar het gaat ook over de opstelling van stoelen en tafels in je lokaal. Staan die ook in een U-vorm? De lestip is om met je groep te praten over de beste opstelling in het lokaal en ook om het verschil tussen de aanspreekvorm je en u te bespreken.
Lees verderUit de praktijk: Spelletjes in de les
Les wil graag ruimte maken voor columnisten die willen schrijven over hun ervaringen in de NT2-praktijk. Niet voor niets staat de oproep om voor Les te schrijven op LesOnline. Deze keer in de rubriek Uit de praktijk, een column van Jenneke de Nerée over spelletjes in de NT2-les.
Lees verder
