Inhoud

Het Taalakkoord

Hernieuwde nationale aandacht voor taal op de werkvloer
1 december 2015

Samenvatting

Op 27 januari 2015 tekenden 29 bedrijven samen met minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Lodewijk Asscher het Taalakkoord. Deze bedrijven en de minister gaven met de ondertekening aan dat zij taal op de werkvloer belangrijk vinden. Les sprak met José Scholte, de projectleider van het Taalakkoord. Zij vertelt over de inhoud van het akkoord en de rol die taalaanbieders daarbij kunnen spelen.

Taal op de werkvloer: belangrijk voor iedereen

Het Taalakkoord is in beginsel ondertekend door de minister en de 29 koplopers, zoals de eerste bedrijven die het akkoord hebben ondertekend worden genoemd, om te laten zien hoe belangrijk een goed taalniveau op de werkvloer is. Deze bedrijven zijn te vinden via de website van het ministerie. Zij onderkennen met de ondertekening van het akkoord dat je, als je je werk goed wilt kunnen uitvoeren, ook de taal moet begrijpen en spreken. Dit idee vormt de basis van het Taalakkoord. Minister Asscher vindt het belangrijk dat iedereen meedoet op de arbeidsmarkt, om zo optimaal te kunnen integreren.

Minister Asscher vindt het belangrijk dat iedereen meedoet op de arbeidsmarkt, om zo optimaal te kunnen integreren

José Scholte: 'Beheersing van de Nederlandse taal is dus essentieel.' Het is belangrijk dat Nederlandse bedrijven zich daarvan bewust worden en daar is het Taalakkoord voor. Eén van de doelen van het Taalakkoord is dat managers gaan inzien dat taal op de werkvloer heel belangrijk is voor hun bedrijf. Het is belangrijk voor de veiligheid op de werkvloer, voor de persoonlijke ontwikkeling van medewerkers en om ervoor te zorgen dat zij niet alleen werk krijgen, maar ook aan het werk kunnen blijven. José: 'Investeren in de Nederlandse taal is een eerste stap om de ontwikkeling van mensen mogelijk te maken. De minister vindt dat werkgevers vooral ook hierin hun eigen verantwoordelijkheid hebben. Dat is de essentie van het Taalakkoord.'

29 ambassadeurs

De 29 koplopers waren al actief met taal op de werkvloer door hun medewerkers lessen aan te bieden, en willen dat nu verder uitdragen naar de rest van Nederland. Zij zijn ambassadeurs van het Taalakkoord en hebben met de ondertekening ervan ook beloofd dat zij in de komende jaren elk tien nieuwe bedrijven enthousiast zullen maken voor taal op de werkvloer.

De 29 koplopers (…) willen dat nu verder uitdragen naar de rest van Nederland

Om het Taalakkoord te kunnen ondertekenen hebben alle aangesloten bedrijven twee documenten opgesteld: een ambitiedocument en een intentieverklaring. In de intentieverklaring spreken zij de intentie uit dat zij met Nederlands op de werkvloer aan de slag gaan, omdat zij dat belangrijk vinden. In het ambitiedocument beschrijven zij hoe ze dat gaan vormgeven. Die vormgeving is per bedrijf verschillend. Alle nieuwe bedrijven die zich na de koplopers hebben aangesloten of zich willen gaan aansluiten bij het Taalakkoord, moeten eerst deze documenten indienen.

Mooie kans voor taalaanbieders

Voor taalaanbieders is het Taalakkoord een uitgelezen kans om hun expertise op het gebied van taal op de werkvloer aan anderen te tonen. José: 'Taalaanbieders die al lessen taal op de werkvloer verzorgen, zijn de natuurlijke ambassadeurs van het akkoord. Zij zijn er zelf al lang van overtuigd dat taal op de werkvloer belangrijk is.' Tijdens een bijeenkomst met taalaanbieders bleek dat ook zij het akkoord graag wilden ondertekenen. Ook zij moeten dan een intentieverklaring en een ambitiedocument indienen. Wanneer beide documenten worden goedgekeurd, wordt een taalaanbieder 'taalpartner' en daarmee ambassadeur van het Taalakkoord.

Voor taalaanbieders is het Taalakkoord een uitgelezen kans om hun expertise op het gebied van taal op de werkvloer aan anderen te tonen

Taalaanbieders zijn verder vrij om te werken hoe zij willen. Zij kunnen zelf afspraken maken met de bedrijven waar zij lessen geven, ze mogen zelf bepalen welke materialen ze gebruiken en hoe ze de lessen verder invullen. In de door hen ingediende documenten laten zij zien dat zij iets extra's willen doen en niet alleen verder gaan met waar zij al jaren mee bezig zijn.

Taalaanbieders zijn verder vrij om te werken hoe zij willen

Taalaanbieders kunnen zich ook aanbieden bij bedrijven die het Taalakkoord hebben ondertekend, en het Taalakkoord onder de aandacht brengen bij bedrijven waar zij al voor werken. Het ministerie spreekt tegenover de bedrijven die het Taalakkoord hebben ondertekend, geen voorkeur uit voor de taalaanbieder die de lessen bij hen kan verzorgen. Het betreffende bedrijf gaat zelf op zoek naar een geschikte taalaanbieder. Beide zijn wel te vinden via de website www.taalakkoord.nl. Bij de taalaanbieders wordt hier ook een contactpersoon vermeldt. Dit biedt hen een goede kans om gevonden te worden door bedrijven die op zoek zijn naar een aanbieder van taalscholing voor hun medewerkers. Alle documenten van de aangesloten bedrijven en taalpartners zijn openbaar, zodat taalaanbieders direct de hulpvraag van de bedrijven kunnen zien.

Ook voor zelfstandige Nt2-docenten

De taalaanbieders die partner van het akkoord zijn geworden, zijn daar zeer enthousiast over. José: 'Zij zijn ontzettend blij dat er vanuit het ministerie aandacht is voor dit onderwerp. Zij zijn er al zoveel jaren mee bezig en nu wordt dit onderwerp ook vanuit de overheid serieus genomen.'
Tot nu toe hebben alleen grotere taalaanbieders zich aangemeld als taalpartner. Toch kunnen volgens José Scholte ook zelfstandige docenten Nt2 zich aansluiten bij het Taalakkoord. 'Ik zou me kunnen voorstellen dat ook individuele docenten die staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel zich aanbieden, mits zij actief zijn op het gebied van Nederlands op de werkvloer.' Je moet dus al wel in de sector werkzaam zijn en je duidelijk als taalaanbieder kunnen profileren via de website van het Taalakkoord. Deelname mag niet te vrijblijvend zijn, volgens het ministerie.

Toch kunnen volgens José Scholte ook zelfstandige docenten Nt2 zich aansluiten bij het Taalakkoord

De rol van het ministerie: aanjagen

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft vooral een rol als aanjager. De medewerkers van het Taalakkoord zorgen ervoor dat aangesloten bedrijven en taalpartners de materialen tot hun beschikking hebben die zij nodig hebben bij het enthousiast maken van anderen. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om promotiemateriaal.

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft vooral een rol als aanjager.

Daarnaast geeft het ministerie advies aan de aangesloten bedrijven over hoe ze hun projecten rond taal op de werkvloer het beste kunnen vormgeven. Dit doet een taaladviseur. Deze adviseur vertelt een bedrijf wat de mogelijkheden zijn om de werknemers te helpen hun taalniveau te verhogen en wat het aanbod van taalaanbieders is waar het bedrijf een beroep op kan doen. De adviseur vertelt wat de mogelijkheden zijn en daarna kiest de verantwoordelijke van het betreffende bedrijf welke taalaanbieder het best bij zijn of haar bedrijf past. Daarna helpt de taalaanbieder het bedrijf met het verder inrichten van de lessen.

Daarnaast geeft het ministerie advies aan de aangesloten bedrijven over hoe ze hun projecten rond taal op de werkvloer het beste kunnen vormgeven

Bewustwording bij werknemers

De werknemers die tot nu toe lessen Nederlands hebben gekregen bij bedrijven die het Taalakkoord hebben ondertekend, krijgen allemaal les binnen hun eigen bedrijf. Zij hoeven niet aan andere eisen te voldoen; iedereen is welkom. Tot nu toe werden zij steeds aangemeld door managers uit hun bedrijven, maar het is zeker wenselijk dat zij zich in de toekomst ook zelf gaan aanmelden. Door de beweging die minister Asscher met het Taalakkoord op gang wil brengen, is het mogelijk dat medewerkers ook zelf van de mogelijkheden op de hoogte zijn en dat zij zich daardoor zelf kunnen opgeven voor taalscholing.

De werknemers die tot nu toe lessen Nederlands hebben gekregen (…) krijgen allemaal les binnen hun eigen bedrijf

Ook denkt het ministerie voor de toekomst aan een promotieteam om werknemers duidelijk te maken dat zij lessen kunnen aanvragen bij hun werkgever. Taal mag volgens de minister nooit een belemmering zijn en het is van belang dat medewerkers dat ook weten.

Blik op de toekomst

In de nabije toekomst wordt het Taalakkoord verder uitgebreid. Zo heeft het ministerie een filmpje online geplaatst, waarin twee bedrijven aan het woord komen die zich hebben aangesloten bij het akkoord. Dit filmpje is te zien via de website: www.taalakkoord.nl, Perfetti van Melle en UMC Utrecht zetten in op taal op de werkvloer. In het filmpje komen niet alleen managers aan het woord die aangeven hoe goed het met hun medewerkers gaat sinds ze taalscholing krijgen, maar ook de medewerkers zelf vertellen over de lessen die zij krijgen.

In de nabije toekomst wordt het Taalakkoord verder uitgebreid

Taalaanbieders die geïnteresseerd zijn in het Taalakkoord en zich willen aansluiten, kunnen zich aanmelden via de website van het Taalakkoord. Zij kunnen ook direct hun intentieverklaring en ambitiedocument insturen. Voor meer informatie kunnen zij ook een e-mail sturen naar het ministerie: postbusTaalakkoord@minszw.nl

Taalaanbieders die geïnteresseerd zijn in het Taalakkoord (…), kunnen zich aanmelden via de website van het Taalakkoord

Op 8 december komt er een nieuw officieel ondertekenmoment met minister Asscher. Net als op 27 januari ondertekent de minister dan het akkoord, samen met bedrijven en instanties. Bij deze feestelijke bijeenkomst zijn ook de oude en nieuwe ondertekenaars aanwezig en de taalaanbieders mogen vertegenwoordigers meenemen van de bedrijven waar zij lessen verzorgen. Zo wordt het belang van Nederlands op de werkvloer nogmaals van verschillende kanten belicht, en voor en door verschillende partijen op de kaart gezet!

Print

© 2009-2020 Uitgeverij Boom Amsterdam


De artikelen uit de (online)tijdschriften van Uitgeverij Boom zijn auteursrechtelijk beschermd. U kunt er natuurlijk uit citeren (voorzien van een bronvermelding) maar voor reproductie in welke vorm dan ook moet toestemming aan de uitgever worden gevraagd:


Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (postbus 3060, 2130 KB, www.reprorecht.nl) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912. Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16, Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten, postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro).

No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.

Bekijk het laatste nummer: LES nr. 215

Advertentie
Column

Ken jij het werkwoord abaditten?

Soms heb je van die lachwekkende misverstanden in de les. Zo begon ik de les van vanochtend een nieuw onderdeel met de vraag: 'Wie kent Abadit?' Welnu, tijdens de les hebben wij tien minuten lang intens geabadit, alvorens ik in de gaten kreeg dat al dat abaditten uiteindelijk niet nodig was geweest. De lachwekkende serie misverstanden verliep als volgt.

Lees verder
Op de hoogte blijven? Meld u hier aan voor de nieuwsbrief van Les.