Inhoud

Willen anderstaligen in Vlaanderen tussentaal leren?

Over de kloof tussen taalbeleid en taalrealiteit
23 oktober 2018

Samenvatting

'Dialectles bevordert integratie' kopte een artikel van 24 oktober 2017 in de jaarlijkse taalweek van De Standaard. In het artikel lezen we hoe Sofie Begine, taaltrainster in de bedrijfswereld, ervan overtuigd is dat anderstaligen in Vlaanderen naast de standaardtaal ook tussentaal of dialect aangeleerd moeten krijgen om hun integratie te bevorderen. In deze bijdrage gaan de auteurs in op de opvattingen van die cursisten zelf: wat denken zij over de Vlaamse taalsituatie? Zijn zij vragende partij voor lessen dialect of tussentaal?

Een virtuele gesproken standaard in Vlaanderen

Aanleiding voor het artikel in De Standaard waren de uitkomsten van een enquête onder 294 NT2-leerkrachten dat 96.3% van de ondervraagden merkt dat cursisten moeilijkheden hebben om met moedertaalsprekers te spreken.
Zoals intussen algemeen bekend is, wordt het Standaardnederlands in Vlaanderen vrij algemeen gebruikt in de schrijftaal, bijvoorbeeld in kranten en in zakelijke communicatie. Wat de gesproken vorm daarentegen betreft, voelt Standaardnederlands voor veel Vlamingen aan als een vreemde taal. In de praktijk wordt in Vlaanderen dialect en voornamelijk tussentaal gesproken. Tussentaal is een omgangstaal die zich tussen het Standaardnederlands en de dialecten in bevindt, en ook kenmerken met beide deelt. De herkomst van de spreker bepaalt mee welke dialectingrediënten er in iemands tussentaal aanwezig zullen zijn, maar typisch is wel dat tussentaalsprekers strikt lokale dialectklanken en -woorden achterwege laten.

In de praktijk wordt in Vlaanderen dialect en voornamelijk tussentaal gesproken.

Hoewel er in de praktijk weinig Standaardnederlands en vooral veel tussentaal wordt gesproken in Vlaanderen, ligt de focus in het NT2-onderwijs erg sterk op Standaardnederlands. Dat zien we ook in de opleidingsprofielen NT2 van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, die het Europees Referentiekader voor Talen (ERK) volgen. Voor de productieve vaardigheden is in alle niveaus enkel sprake van Standaardnederlands. Voor de receptieve vaardigheden is dat anders. In de beginnersniveaus A1 en A2 is het Standaardnederlands de norm voor uitspraak, woordenschat en register. In niveaus B1 en B2 is er in de receptieve vaardigheden ook occasioneel ruimte voor taalvariatie: voor woordenschat is er sprake van 'een aanvaardbare variant' en voor uitspraak 'een vertrouwd accent', maar wat daar precies mee wordt bedoeld, wordt niet verder uitgediept. Pas vanaf niveau C1 stapt men af van de omschrijving 'aanvaardbare variant' en wordt er expliciet vermelding gemaakt van 'regionaal taalgebruik'. Opvallend is wel dat weinig NT2-leerders doorstromen naar niveau C1. Van de meer dan 127.000 unieke inschrijvingen in een NT2-opleiding in de periode 2016-2017, ging het volgens de Vlaamse Migratie- en Integratiemonitor in slechts 1,5 procent van de gevallen om een inschrijving op niveau C1. NT2-leerders moeten dus erg lang wachten vooraleer ze tijdens de lessen in contact komen met taalvariatie, als dat moment er überhaupt komt.

De mening van NT2-cursisten

Dat er een kloof bestaat tussen taalbeleid en de gesproken taalrealiteit in Vlaanderen, mag intussen duidelijk zijn. Tot nu toe werd echter nog niet gevraagd wat anderstaligen hier zelf over denken. In het kader van masterproefonderzoek hebben we twee groepen NT2-studenten uit een CVO in Gent bevraagd over hun opvattingen over variatie in Vlaanderen, en de ruimte die het zou moeten krijgen in het onderwijs. Het ging om een groep van achttien cursisten op B2-niveau van het ERK (zie Van Hest 2018) en 22 cursisten op C1-niveau (zie Van Cleemputte 2018). Met hen hebben we zowel interviews en enquêtes afgenomen als informele gesprekken gevoerd. Enkele interessante bevindingen bespreken we hieronder.

Veel variatie in Vlaanderen

Nagenoeg alle cursisten gaven aan zich bewust te zijn van de sterke variatie in taalgebruik in Vlaanderen. De bevraagde anderstaligen horen naast de les naar eigen zeggen ook niet vaak Standaardnederlands: in het nieuws en op de radio, en soms eens bij de dokter, maar daar blijft het vaak bij. Veel cursisten hadden zich daar niet aan verwacht toen ze naar België kwamen en de Nederlandse taal begonnen te leren: hun moedertaal vertoont vaak minder variatie en de gesproken standaard wordt algemener gebruikt. Verschillende cursisten gaan ervan uit dat niet alle Vlamingen Standaardnederlands kunnen spreken; ze zien het dus niet noodzakelijk als een kwestie van slechte wil wanneer Vlamingen hen aanspreken in tussentaal of dialect. Andere cursisten geven dan weer aan dat Vlamingen volgens hen toch iets beter hun best mogen doen om Standaardnederlands te spreken wanneer ze met hen spreken.

Nagenoeg alle cursisten gaven aan zich bewust te zijn van de sterke variatie in taalgebruik in Vlaanderen.

Uit de manier waarop anderstaligen over variatie praten, werd wel soms duidelijk dat ze van woorden en uitdrukkingen niet altijd goed wisten of ze Standaardnederlands waren of niet: ze gingen er soms iets te snel van uit dat woorden die ze niet kenden, wel dialect of tussentaal zouden zijn. Dat er in Vlaanderen veel variatie is, maakt hen in ieder geval onzeker. De Syrische cursist Kadir geeft aan moeite te hebben met regionaal taalgebruik in het Nederlands, maar daar niets van te durven zeggen tegen zijn gesprekspartners. Hij begint soms zelfs opzettelijk trager en minder goed Nederlands te spreken, in de hoop dat zijn gesprekspartner Standaardnederlands zou beginnen te spreken.
Sommige cursisten vinden het wat vreemd dat er in de les soms weinig tolerantie is tegenover niet-standaardtaal. Een Bulgaarse cursist Alpaslan was bijvoorbeeld verbaasd dat het niet-algemene Belgische woord verdiep voor verdieping fout werd gerekend op een schriftelijk examen:

AlpaslanZij leren ons altijd Nederlands algemeen
InterviewerUhu.
AlpaslanEn als jij iets dialect zegt, dan tellen zij dat voor een fout.
InterviewerJa?
AlpaslanJa, want ik was een keer op mijn exaam (..) ik schreef 'derde verdiep' en zij zei: 'dat is dialect, dat is fout' .. het moest 'derde verdieping' zijn.
AlpaslanAaah
InterviewerIk zeg: dat is toch Nederlands, maakt niet uit dat dialect is ..

Dat er in de lessen in eerste instantie gefocust wordt op Standaardnederlands vinden de cursisten wel een heel logische en goede keuze. Volgens hen is het Standaardnederlands het belangrijkst omdat je er overal mee terechtkan, en de cursisten vinden ook dat lesgevers ergens moeten beginnen.

Graag meer info over variatie

Veel cursisten geven wel aan ook meer te willen leren over variatie. Ze willen op die manier de Vlaamse cultuur beter leren kennen, en willen ook beter kunnen communiceren met Vlamingen op straat dan nu het geval is. Wat de bevraagde cursisten daarbij vooral belangrijk vinden, is luistervaardigheid. De cursisten zien de culturele en praktische waarde van het begrijpen van regionaal taalgebruik in, maar vinden over het algemeen niet dat ze het moeten kunnen spreken. De Oekraïense Katya bijvoorbeeld vindt het vooral belangrijk om het verschil te leren horen tussen Standaardnederlands en niet-standaardtaal:

InterviewerEn vanaf wanneer vind je dat ze zo die andere soort Nederlands zouden mogen?
KatyaIk denk vanaf niveau B .. B1?
InterviewerJa.
KatyaJa, op dat moment dat zij een beetje kunnen praten, weten 'dat is standaard', een beetje zelfvertrouwen krijgen .. een beetje lezen, luisteren, alles .. een, een beetje vooruit gaat, kunnen ze al .. euh .. niet in dialect spreken, maar weten oké euh .. ja het is moeilijk om in te schatten waar ze een verschil kunnen maken .. euh .. wat ze horen en dat het niet standaard is, maar het is een variant [2.0] Zo B denk ik.
InterviewerJa, nu is het vanaf het niveau C1 (.) dus dat is het niveau waar jij in zit.
KatyaOf misschien B2, kweet het nie.

De cursisten geven aan dat ze daar al sneller over willen leren dan nu het geval is, maar de meningen zijn wel verdeeld over wanneer dat het best is. Volgens een enkeling moet daar al ruimte voor zijn vanaf de eerste niveaus, maar volgens bijvoorbeeld de Bulgaarse Nedelya is het beter om Standaardnederlands en tussentaal niet samen te verwerven, om ze later ook gemakkelijker uit elkaar te houden. Er lijkt eensgezindheid te zijn onder de cursisten dat met tussentaal het best pas begonnen wordt in de meer gevorderde niveaus, wanneer de cursisten de meeste grammatica aangereikt hebben gekregen. Ook Katya geeft in het fragment hierboven aan pas vanaf de B-niveaus over taalvariatie te willen leren.

Er lijkt eensgezindheid te zijn onder de cursisten dat met tussentaal het best pas begonnen wordt in de meer gevorderde niveaus.

Hoe dat precies moet gebeuren, daar bestaan ook verschillende meningen over, maar daar gaan de cursisten niet echt diep op in: de ene cursist is vragende partij voor wat oefeningen tijdens de les, terwijl de andere vindt dat lesgevers extra oefeningen beschikbaar moeten stellen naast de les, bijvoorbeeld via een online platform. Nog een andere cursist zou graag een aparte module volgen over tussentaal.

En nu?

Zo goed als alle cursisten gaven aan moeite te hebben met tussentaal en dialect bij Vlamingen, en de meesten willen hun passieve kennis ook versterken. De voorbije jaren werden al enkele initiatieven genomen om anderstaligen meer vertrouwd te maken met regionaal taalgebruik (zie onder meer de website Goesting in Taal van Sofie Begine). Hoewel leerkrachten aangeven nood te hebben aan meer lesmateriaal hierover, blijft het onderzoek naar dit thema en naar mogelijke aanpakken voor het onderwijs tot op heden echter erg schaars.

Meer lezen?

Van Hest, Ella (2018). (Standaard)nederlands: de sleutel tot integratie in Vlaanderen? Een sociolinguïstisch-ethnografische studie naar de implementatie van het NT2-beleid bij volwassen nieuwkomers en de effecten ervan op hun interacties met moedertaalsprekers. Universiteit Gent.

Van Cleemputte, Sara (2018). Standard Dutch: the key to integrating in Flanders? Sociolinguistic-ethnographic research into adult newcomers' difficulties when speaking Dutch. Universiteit Gent.

Print

© 2009-2020 Uitgeverij Boom Amsterdam


De artikelen uit de (online)tijdschriften van Uitgeverij Boom zijn auteursrechtelijk beschermd. U kunt er natuurlijk uit citeren (voorzien van een bronvermelding) maar voor reproductie in welke vorm dan ook moet toestemming aan de uitgever worden gevraagd:


Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (postbus 3060, 2130 KB, www.reprorecht.nl) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912. Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16, Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten, postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro).

No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.

Bekijk het laatste nummer: LES nr. 215

Advertentie
Column

Ken jij het werkwoord abaditten?

Soms heb je van die lachwekkende misverstanden in de les. Zo begon ik de les van vanochtend een nieuw onderdeel met de vraag: 'Wie kent Abadit?' Welnu, tijdens de les hebben wij tien minuten lang intens geabadit, alvorens ik in de gaten kreeg dat al dat abaditten uiteindelijk niet nodig was geweest. De lachwekkende serie misverstanden verliep als volgt.

Lees verder
Op de hoogte blijven? Meld u hier aan voor de nieuwsbrief van Les.