Inhoud

In het begin was de taal gewoon lawaai

Creatief schrijven in de Onthaalklas voor Anderstalige Nieuwkomers (Okan)
Uit de Les-miniconferentie Creatief schrijven 2 oktober 2015
14 oktober 2015

Samenvatting

Creatief schrijven met anderstalige nieuwkomers vergroot de schrijfvaardigheid van de leerlingen, verrijkt hun woordenschat en wakkert het taalplezier aan. Al schrijvend leren de leerlingen zichzelf en de wereld rondom zich beter kennen of begrijpen. Bovendien groeit met het schrijven ook het zelfvertrouwen: door te vertrekken van wat ze al weten (en niet, zoals vaak, van wat ze nog moeten leren), beseffen de nieuwkomers hoeveel ze al kunnen. Maar ook andere sociale vaardigheden worden ontwikkeld: de betrokkenheid vergroot, het doorzettingsvermogen wordt gestimuleerd en de groepssfeer kan sterker worden. Kortom: creatief schrijven verdient een plaatsje in het Nt2-curriculum, betogen de auteurs in dit artikel.

Zie ook www.schrijfprijsnt2.org/index.html.

Maar hoe kun je mooie teksten schrijven als de taal, zoals de twaalfjarige Sebastian uit Mexico het zo mooi verwoordde, vooral lawaai is? Hoe vang je mooie woorden in die oorverdovende klankenstroom? En hoe vind je plezier in het schrijven, als je door het bos soms de bomen nog niet hoort?
Allereerst leert onze ervaring als schrijfdocent ons dat anderstalige nieuwkomers prachtige teksten kunnen schrijven. Niet ondanks, maar misschien wel dankzij de weinige taal waarover ze beschikken. Anderstalige nieuwkomers schrijven vaak heel compact en puur. De eenvoud en eerlijkheid waarmee ze de wereld in en rondom zich uitdrukken, maakt hun teksten eens zo ontwapenend. Het toont hoe beperking meteen ook een verrijking wordt.

Anderstalige nieuwkomers schrijven vaak heel compact en puur

Belangrijke keuzes

Uiteraard rollen de mooie teksten niet zomaar uit de pennen of vingers van de leerlingen. Als leerkracht speel je een niet te onderschatten rol in het begeleiden van een schrijfproces. Welke projecten kies je? Hoeveel tijd voorzie je? Hoe inspireer je je leerlingen? Wat verwacht je van hen? Hoe help je hen over de schrijfdrempel? Wat doe je met de schrijfproducten? Stuk voor stuk belangrijke keuzes, die het eindresultaat kunnen beïnvloeden.

Laten we beginnen met enkele vuistregels voor het creatief schrijven in het algemeen. Ze geven onze visie op creatief schrijven weer en vormen een referentiekader voor welk schrijfproject dan ook. We lieten ons inspireren door (een vrije interpretatie van) drie Buchkinder-regels1 en voegen eigen accenten toe:

  1. Schrijf en zeg zo weinig mogelijk voor. Niets is zo beperkend voor de creativiteit als een goedbedoeld voorbeeld, zeker bij leerlingen die weinig taal hebben. Inspireer je leerlingen, maar voorkom imitatiegedrag.
  2. Schrijven vraagt tijd. Organiseer geen lesje creatief schrijven. Plan verschillende momenten in waarop de leerlingen aan hun teksten kunnen werken, verspreid over verschillende dagen. Een goed idee heeft tijd nodig, een goede tekst ook.
  3. Toon wat je geschreven hebt. Schrijven voor jezelf kan leuk zijn. Schrijven voor een publiek zorgt voor een extra stimulans. Nodig de leerlingen uit hun schrijfproducten met anderen te delen. Een boek of tentoonstelling, een voorleessessie voor een andere klas, een feedbackmoment binnen de veilige klasmuren: als een tekst maar lezers heeft.
  4. Ga voor kwaliteit (en vergeet kwantiteit). Creatief schrijven staat vaak synoniem voor het produceren van lange(re) teksten of vormvaste gedichten. Maar creatief schrijven is zoveel meer (of net minder). Ook een raak geformuleerde zin kan een waardevolle tekst zijn.

De krijtlijnen zijn uitgezet. De motivatie en zin hopelijk aangewakkerd. Misschien heb je nog koudwatervrees om te gaan schrijven met leerlingen die nog niet zoveel (schrijf)taal ter beschikking hebben? Weet je niet goed waar te beginnen of hoe je de leerlingen het best kan ondersteunen? Vraag je je af hoe je zoveel mogelijk schrijftaal kan uitlokken? Onderstaande tips kunnen je op weg zetten:

Gebruik beeld

Visuele ondersteuning helpt de leerlingen een heel eind vooruit. Dat kan op de volgende manieren:

  • Vertrek van beeldmateriaal. Bijvoorbeeld: bekijk met leerlingen fragmenten van films en documentaires die een toekomstbeeld schetsen (zoals The Hunger Games, After Earth, enz.). Daarna verwoorden (en verbeelden) ze hun eigen toekomstvisie.
  • Wil je de leerlingen een verhaal laten schrijven? Laat hen dan eerst een storyboard tekenen. Op die manier blokkeren de leerlingen niet omdat ze sommige ideeën nog niet in het Nederlands kunnen verwoorden. Bovendien creëert een storyboard automatisch een structuur, zodat de plot van de tekst sneller concreet wordt. Zeker bij laaggeletterde leerlingen kan dit een grote hulp zijn.
  • Maak een fotostrip met de leerlingen. In kleine groepjes bedenken ze eerst een verhaal (bijvoorbeeld met een storyboard). Vervolgens nemen ze passende foto's. Pas dan schrijven ze de bijhorende tekst op. Omgekeerd kan je ook van foto's vertrekken om tot een verhaal te komen.

Beperk de output

Laat je leerlingen originele lijstjes maken. Haal eventueel je inspiratie bij de huidige trend 'listomania'. Bijvoorbeeld: maak een lijstje van (beroemde) mensen – dood of levend – die je graag wil ontmoeten, van zaken die voor jou de hemel / hel zijn, van wat je aan jezelf zou willen veranderen als je kon, enz. Lijstjes bestaan uit eenvoudige opsommingen en toch kunnen ze veel over iemand vertellen.

Vertrek vanuit een bestaande vorm

Een duidelijk concept biedt een handige houvast voor leerlingen die minder creatief zijn of angst voor het witte blad hebben. Twee eenvoudige voorbeelden die vaak een mooi resultaat opleveren:

  • Maak een ABC-boek met je klas (zie kader)
  • Ook vormgedichten zijn een dankbare bron van inspiratie. Lees en bespreek eerst enkele gedichten2, alvorens de leerlingen zelf aan de slag gaan. Dit kun je het best binnen een bepaald thema doen (zie verder).

Vertrek vanuit een bestaande tekst

Net zoals een beeld of een bestaande vorm biedt een bestaande tekst een dankbaar kader aan nieuwkomers. Een bijkomend voordeel is dat je op die manier heel wat relevante taal aanbiedt. Lees bijvoorbeeld een verhaal met de leerlingen. Zorg ervoor dat ze de plot en de personages goed kennen en begrijpen. Na afloop schrijven de leerlingen, eventueel per twee, een brief aan een personage – liefst een personage dat tijdens het lezen al spontaan ter discussie stond. Of vraag de leerlingen een nieuw einde voor het boek te verzinnen. Ongetwijfeld zullen de verschillende eindes voor pittige discussies zorgen!

Net zoals een beeld of een bestaande vorm biedt een bestaande tekst een dankbaar kader aan nieuwkomers

Vertrek vanuit de eigen ervaringen, gevoelens en gedachten van je leerlingen

Blijf dicht bij de beleving van de leerlingen. Vraag bijvoorbeeld om een dromendagboek bij te houden. De meeste mensen herinneren zich af en toe hun dromen. Doe dit over een langere periode, zodat de cursisten een droom kunnen kiezen waarmee ze naar buiten willen en durven komen.

Vertrek vanuit een thema

Zorg dat de leerlingen vooraf voldoende input krijgen over het onderwerp van een schrijfopdracht. Bijvoorbeeld: binnen het thema 'geheimen' geef je de opdracht om een echt of verzonnen geheim te verwoorden en/of te verbeelden. Eerst maken de leerlingen kennis met het online project Postsecret, waarbij mensen geheimen op prentkaarten schrijven en tekenen om ze daarna anoniem te versturen. De leerlingen bespreken enkele voorbeelden en discussiëren over hoe je met een geheim omgaat. Tenslotte hebben ze genoeg bagage om zelf een prentkaart met een geheim te ontwerpen.

Vertrek vanuit eenvoudige schrijfoefeningen

Laat leerlingen positieve en negatieve associaties maken met verschillende zintuigen. Bijvoorbeeld: ik hou van de geur van mijn oma, ik lust graag de snoepjes die ze me gaf. Deze zinnetjes worden het uitgangspunt van een tekst die vertrekt vanuit zintuiglijke ervaringen, zoals: 'Herinneringen aan mijn oma'. Dat kan een uitgebreid verhaal zijn maar ook een gewoon verslagje.
Vraag de leerlingen in eigen woorden voorwerpen te omschrijven waarvan ze de precieze Nederlandse benaming nog niet kennen. Zo ervaren ze dat ze niet noodzakelijk het juiste woord moeten kennen om zich uit te drukken. Dit levert vaak originele neologismen op!

Reik voldoende voorbeelden aan

Als de leerlingen de opdracht krijgen om een triest dierenverhaal te schrijven, laat je hen eerst kennismaken met enkele voorbeelden. Daarbij kan je ook uit andere culturen putten. In het algemeen zijn lezen met je leerlingen en voorlezen een aanrader. Jammer genoeg zijn eenvoudig gemaakte teksten vaak ontdaan van alle beeldspraak en taalspel. Leerlingen kunnen het, gegeven de juiste context, best aan om figuurlijke taal te begrijpen; ga dit dus niet uit de weg.

In het algemeen zijn lezen met je leerlingen en voorlezen een aanrader

Eens je van wal gestoken bent, zal je gauw merken dat inspiratiebronnen voor leuke en interessante schrijfopdrachten voor het grijpen liggen. Een film, tentoonstelling, beeldhouwwerk, strip, cartoon, tekst of foto kunnen allemaal aanleiding zijn voor een project.

Nog een laatste tip? Kies in de eerste plaats een schrijfproject waar je honderd procent achter staat en waar je (zelf) enthousiast van wordt. Als jij geen inspiratie hebt of twijfelt aan een opdracht, is het moeilijk om je leerlingen te begeesteren. Schrijf dus nooit met je leerlingen omdat het moet. Schrijf omdat je benieuwd bent naar je leerlingen. Wedden dat ze jou en zichzelf zullen verbazen? Veel succes!

Uitgelicht: een schrijfproject van A tot Z: het ABC-boek

Een ABC-boek biedt een dankbare vorm om met je leerlingen aan de slag te gaan. Het oogt mooi, vraagt korte teksten en de vorm levert inspiratie voor de inhoud.
Haal eerst verschillende soorten ABC-boeken in de bieb en bekijk ze met je klas. Leid samen de eigenschappen van dit soort boeken af. Sta ook stil bij de thema's, illustraties en tekstsoorten (verhaal vs. gedicht).
Kies een thema waarover je een ABC-boek wil maken. Bijvoorbeeld: Het ABC van Okan, België, dieren, enz. Geef de leerlingen in groepjes een werkblad waarop de letters van het alfabet onder elkaar staan. Naast elke letter schrijven ze een woord dat bij het thema past.
Vervolgens worden de groepjes experts. Elke groep is verantwoordelijk voor een aantal letters. Ze krijgen de strookjes met de woorden bij deze letters van alle andere groepen. Uit deze verzameling kiezen ze bij elke letter het mooiste woord.
Daarna verdeel je de letters en bijhorende woorden onder de leerlingen. Elke leerling krijgt – afhankelijk van de grootte van je groep – een of twee letters. Hier kan je makkelijk differentiëren: taalzwakkere leerlingen krijgen een makkelijk woord, sterkere leerlingen een moeilijker.
Bij dit woord moeten de leerlingen een tekst schrijven. Dat kan een zin zijn of een gedicht, afhankelijk van het niveau van de leerling. Wil je je leerlingen laten dichten? Laat hen dan eerst een woordveld maken rond hun woord. Je kan ook verschillende gedichten met hen bekijken. Wat is er bijzonder aan een gedicht? Hoe zijn de woorden geschikt? Hoe zijn de zinnen?
Eventueel kan je bij één letter klassikaal een voorbeeld maken, zodat de opdracht voor iedereen duidelijk is. Veeg dit klasgedicht dan wel weg wanneer de leerlingen aan hun eigen tekst beginnen. Anders vind je geheid dezelfde woorden, zinnen of stijlkenmerken terug bij de andere letters. Druk de leerlingen ook op het hart dat een gedicht niet hoeft te rijmen. Hun woordenschat is hiervoor vaak te beperkt, waardoor hun pogingen makkelijk in rijmelarij uitmonden.
Tot slot maken de leerlingen een illustratie van hun letter. Kies ook hier een techniek die je zelf haalbaar vindt (collage, drukken, schilderen, tekenen) en bekijk met de klas voldoende inspiratiebronnen. Een leuk idee: toon de boeken Belgium Xtra Bold en Gent Xtra Bold van Sanny Winters3 in je klas. In haar typografische prenten laat Winters de letter zelf iets over de stad of het land en haar inwoners vertellen. Daag de leerlingen uit: kunnen zij dit ook met hun letter en het bijhorende woord? Reken maar van wel!

Noten

  • 1.Buchkinder is een Duits project dat in Leipzig ontstond. In dit schrijfatelier maken jongens en meisjes tussen vier en achttien jaar een eigen boek. Ze schrijven hun eigen verhaal, maken illustraties, ontwerpen een cover, drukken de tekst en binden het boek. In België wordt dit project sinds 2012 georganiseerd door vzw Wilde Raven onder de naam Boekenboefjes.
  • 2.Concrete voorbeelden en suggesties vind je op http://issuu.com/stichtingcpnb/docs/3-scp004-gedichtendag_lesmateriaal_bo_spread/28.
  • 3.Belgium Xtra Bold/ Sanny Winters, Lannoo, 2014
    Gent Xtra Bold/ Sanny Winters, Lannoo, 2015
Print

© 2009-2020 Uitgeverij Boom Amsterdam


De artikelen uit de (online)tijdschriften van Uitgeverij Boom zijn auteursrechtelijk beschermd. U kunt er natuurlijk uit citeren (voorzien van een bronvermelding) maar voor reproductie in welke vorm dan ook moet toestemming aan de uitgever worden gevraagd:


Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (postbus 3060, 2130 KB, www.reprorecht.nl) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912. Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16, Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten, postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro).

No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.

Bekijk het laatste nummer: LES nr. 214

Column

Ken jij het werkwoord abaditten?

Soms heb je van die lachwekkende misverstanden in de les. Zo begon ik de les van vanochtend een nieuw onderdeel met de vraag: 'Wie kent Abadit?' Welnu, tijdens de les hebben wij tien minuten lang intens geabadit, alvorens ik in de gaten kreeg dat al dat abaditten uiteindelijk niet nodig was geweest. De lachwekkende serie misverstanden verliep als volgt.

Lees verder
Op de hoogte blijven? Meld u hier aan voor de nieuwsbrief van Les.