Inhoud

Over vreemde vogels en mooie volières

Kritisch kijken naar diversiteit in NT2-tekstboeken
29 september 2020

Samenvatting

Onderwijsmateriaal moet diversiteit tonen, stellen beleidsorganisaties zoals UNESCO (2017). Anders gezegd is het idee: 'Hoe meer vreemde vogels, hoe mooier de volière'. Divers onderwijsmateriaal draagt eraan bij dat iedereen zich thuis kan voelen in de klas. Maar hoe is het gesteld met diversiteit in NT2-leergangen? Dit artikel bespreekt onderzoek naar hoe gender en seksualiteit in NT2-leermateriaal worden getoond. Het bevat ook tips voor docenten die hun lessen op inclusieve wijze willen vormgeven.1

Inclusief NT2-onderwijs

Welke docent wil nu niet dat elke student zich prettig voelt in de NT2-les? In inclusief NT2-onderwijs komen vele perspectieven voorbij, ook als die afwijken van 'de standaard'. Dit vergroot de kans dat cursisten zich herkennen in het onderwijsmateriaal. Hierdoor kunnen ze optimaler deelnemen aan de les. Een poll op de Boom NT2 Docentendag toonde dat 94% van NT2-docenten weet wat inclusief onderwijs is. Tekstboeken vormen een cruciaal middel voor het NT2-onderwijs. De Ministers van OCW (2008) en de Europese Raad (2018) schrijven daarom diversiteit in lesboeken voor. UNESCO (2017) doet ook aanbevelingen voor een inclusieve behandeling van religie, cultuur en gender. In leermateriaal over werk is een inclusieve genderbehandeling bijvoorbeeld als volgt. Noem voor elke mannelijke ook een vrouwelijke beroepsnaam en vice versa. Voor NT2-leergangen weten we weinig over diversiteit (Koster, 2019). Maar recent onderzoek over gender en seksualiteit in NT2-tekstboeken biedt relevante inzichten.

NT2-tekstboeken: gender en beroep

Met gender worden gedragingen bedoeld waarmee we mensen als vrouw, man of anderszins indelen. In NT2-leergangen zien we dit in manieren waarop auteurs mensen beschrijven en afbeelden. In recent onderzoek werden vijftien NT2-tekstboekhoofdstukken over werk (1974-2017) bestudeerd. We bekeken bijvoorbeeld Contact! (2009), De Sprong (2011) en Nederlands in actie (2012). We onderzochten ook gangbaar leermateriaal in het NT2-onderwijs in Duitsland (Welkom! 2009). Werk is een domein waarin nog veel genderongelijkheid bestaat. Nederlandse vrouwen verdienen bijvoorbeeld nog steeds minder dan mannen (NOS, 2019). Het is daarom een domein wat belangrijk is te onderzoeken. Uit de studie bleek dat vrouwen minder zichtbaar waren dan mannen. Dit zagen we vooral in de taal. Vrouwelijke beroepsnamen (bv. typiste) verschenen bijvoorbeeld twee keer minder vaak dan mannelijke (bijvoorbeeld politieman). Ongeveer 84% van de NT2-docenten op de Docentendag hadden dit vermoeden al.

Uit de studie bleek dat vrouwen minder zichtbaar waren dan mannen.

Figuur 1 toont de verhouding van vrouwelijke, mannelijke en genderneutrale beroepsnamen per onderzocht tijdvak. Vrouwen waren eveneens minder zichtbaar, doordat genderneutrale beroepsnamen vaker naar mannen verwezen. Zie bijvoorbeeld De wethouder werkt in zijn kantoor. Hij heeft het druk. Ook werden mannen veel vaker als eerste genoemd in zinnen. Vergelijk Harry en Anna werken versus Anna en Harry werken. Vrouwen werden bovendien vaak in gendertypische beroepen met weinig status beschreven. Secretaresse, verpleegster en verkoopster waren de meest frequent genoemde vrouwenberoepen. Mannen werden daarentegen vaker in gevarieerde beroepsgroepen beschreven. Ze werkten bijvoorbeeld als chauffeur, politieman of kapper (Koster & Iding, 2019).

Figuur 1: Frequentie van vrouwelijke, mannelijke en genderneutrale beroepsnamen in NT2-tekstboeken (1974-2017) uit Koster en Iding (2019)

Diverse familierelaties

Ander lopend onderzoek bekijkt NT2-tekstboekhoofdstukken over familie (1970-2018). Hierin onderzoeken we gender en seksualiteit, oftewel uiting op gebied van het geslachtsleven.

Familie is ook een domein waarin genderongelijkheid bestaat. In Nederlandse heteroseksuele gezinnen doen vrouwen bijvoorbeeld nog steeds het meeste huishoudelijk werk (EIGE, 2019). Studieresultaten laten het volgende zien. NT2-tekstboeken tonen veel 'kerngezinnen', met een heteroseksuele moeder, vader en twee kinderen. Heteroseksualiteit valt af te leiden door mannen en vrouwen die elkaar kussen op afbeeldingen. Of door teksten als 'Ik zoek nog naar de ideale man' (Marie in Van start, 2017). Personen die niet heteroseksueel zijn, zijn niet herkenbaar in de hoofdstukken. Alleen het onderzochte boek Welkom in de klas! (2018) toont expliciet een lesbisch stel (zie Figuur 2).

NT2-tekstboeken tonen veel 'kerngezinnen', met een heteroseksuele moeder, vader en twee kinderen.

Verder zien we stereotypische verbeeldingen van activiteiten voor vrouwen en mannen. We zien op afbeeldingen alleen vrouwen kleding shoppen, knuffelen en aan bloemen ruiken. Exclusief mannelijke activiteiten op de onderzochte afbeeldingen zijn: auto's laten zien, schrijven of sporten. Verder viel op dat als vrouwen met baby's worden getoond, ze lachen en knuffelen. Foto's van vaders met baby's zijn letterlijk of emotioneel afstandelijk. Man en baby staan ver uit elkaar of gezichtsuitdrukkingen tonen geen emotie. Bijna alle vrouwen en mannen keken blij en lachten op foto's. Verdrietige, kwade, verraste, angstige of neutrale gezichtsuitdrukkingen waren de uitzondering. Het thema van de chagrijnige vader komt wel voorbij in bijvoorbeeld IJsbreker (1994). Verder viel op dat mannen schouders of het middel van vrouwen vastpakken. Omgekeerd kwam dit niet voor.

Figuur 2: Representaties van familie in NT2-tekstboeken; een lesbisch stel in Welkom in de klas! (2018)

Negeren, bevestigen en omdraaien

Bovenstaande studies leveren kennis over diversiteit in NT2-tekstboeken. Maar wat doen docenten eigenlijk met genderteksten in de NT2-les? Uit onderzoek blijkt dat docenten op drie manieren met gender in teksten omgaan (Figuur 3). De eerste, hoogfrequente gedraging is het 'negeren' van gender in teksten. Een voorbeeld hiervan is wanneer een student een tekst met traditionele genderrollen hardop leest. Dit betrof een opsomming van voornamelijk mannelijke beroepsnamen. Docente Anna merkt hierna op 'Dat heb je leuk gelezen'. Hierna gaat ze door met de les. De traditionele rollen worden aldus genegeerd. Op de Docentendag dacht slechts 25% van aanwezigen dat NT2-docenten dit het vaakst doen. Een groter bewustzijn van het negeren van traditionele genderrollen lijkt dus noodzakelijk. De tweede minder frequente gedraging is het 'bevestigen' van gender in de tekst. Bijvoorbeeld door extra zinnen met stereotypen te bedenken bij een tekst met traditionele genderrollen. Zoals 'Het meisje is lief' / 'De jongen is stoer'.

Uit onderzoek blijkt dat docenten op drie manieren met gender in teksten omgaan.

De derde gedraging is 'omdraaien'. In het volgende voorbeeld bevestigt docent Peter eerst traditionele genderrollen en draait ze dan om. Hij bespreekt een tekstboektekst over een boer en zijn zoon, die een boerderij runnen. Zijn zoon zal het bedrijf overnemen. 'Dan weet ik dat het wel goed komt met de koeien en het bedrijf.' Zijn vrouw Els doet het huishouden. De tekst noemt ook dat hun dochter soms helpt, maar zich vaak verslaapt. 'Els heeft na het melken (...) het avondeten al klaar staan en bij het journaal buik ik met een kopje koffie uit', vertelt de boer. Peter nodigt twee mannelijke cursisten uit de dialoog tussen boer en zoon te spelen. Hiermee lijkt hij initieel onkritisch om te gaan met de traditionele genderrollen. Maar vervolgens moet de rest van de heterogene cursisten de dialoog in tweetallen naspelen. Dan zegt Peter: 'Het is een man, maar het kan ook een vrouw zijn. Boer, boerin, het is allemaal hetzelfde.' Hierdoor wordt het oefenen met de dialoog inclusiever.

Figuur 3: Strategieën van docenten in omgang met gender in NT2-lessen

Het onderzoek toonde ook dat docenten teksten zonder gender soms 'genderen'. Teksten zonder gender (34%) kwamen verhoudingsgewijs minder vaak voor dan teksten met gender (66%). Docent Kathi besprak bijvoorbeeld een oefening over kledingstukken in de les. De tekst gaf geen verwijzing naar gender. Kathi stelde echter dat sommige kledingstukken alleen voor vrouwen of mannen zijn (Figuur 3). In termen van inclusief NT2-onderwijs kunnen docenten waken voor dit soort opmerkingen. Een inclusievere bespreking zou in dit geval gender onbenoemd laten. Cursisten kunnen ook een rol spelen in inclusieve NT2-praktijken. Een cursist zou tegen de gender-interpretatie van Kathi in kunnen gaan. Waarom is dit pak alleen voor mannen? Ons onderzoek toonde echter dat cursisten nooit tegen docenten ingingen. Hiervoor kan men redenen bedenken als beleefdheid of onvoldoende taalvaardigheid. Of een gebrek aan bewustzijn van diversiteit. Deze bevinding suggereert in ieder geval een grote verantwoordelijkheid voor inclusie voor docenten.

Ons onderzoek toonde echter dat cursisten nooit tegen docenten ingingen.

Stappen richting inclusiviteit

'Hoe meer vreemde vogels, hoe mooier de volière' is tekenend voor huidig onderwijsbeleid. Maar hoe zetten we dit om in NT2-lessen? Ten eerste leren we door tekstboekstudies naar aspecten als gender over (gebrek aan) diversiteit. Door toenemend bewustzijn leren docenten traditionele genderrepresentaties herkennen. Vervolgens kunnen ze zelf alternatieve teksten of beelden in de les brengen. Of studenten uitnodigen dit te doen. Ook de verbeelding van aspecten als etniciteit, leeftijd en klasse moet onderzocht worden. Hier ligt een belangrijke taak voor wetenschappers. Ten tweede kunnen we uitgevers en tekstboekenauteurs vragen om hun werkwijze toe te lichten. Bijvoorbeeld in een voorwoord, flaptekst of docentengids. Hoe kiezen ze bijvoorbeeld hun beelden en teksten uit? In hoeverre werd hierbij nagedacht over diversiteit? Tot slot kunnen docenten bewust verbale strategieën inzetten. Hierbij worden traditionele genderrollen niet genegeerd of bevestigd, maar omgedraaid. Of anders gezegd, andere 'vogels' naar voren gebracht. Hoe mooi is uw volière?

Print

Literatuur

Noot

  • 1.De basis voor dit artikel is de lezing Diversiteit onderzoeken in NT2-tekstboeken. Die vond plaats op de Boom NT2 Docentendag op 22 januari 2020 te Amsterdam.

© 2009-2020 Uitgeverij Boom Amsterdam


De artikelen uit de (online)tijdschriften van Uitgeverij Boom zijn auteursrechtelijk beschermd. U kunt er natuurlijk uit citeren (voorzien van een bronvermelding) maar voor reproductie in welke vorm dan ook moet toestemming aan de uitgever worden gevraagd:


Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (postbus 3060, 2130 KB, www.reprorecht.nl) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912. Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16, Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten, postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro).

No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.

Bekijk het laatste nummer: LES nr. 215

Advertentie
Column

Ken jij het werkwoord abaditten?

Soms heb je van die lachwekkende misverstanden in de les. Zo begon ik de les van vanochtend een nieuw onderdeel met de vraag: 'Wie kent Abadit?' Welnu, tijdens de les hebben wij tien minuten lang intens geabadit, alvorens ik in de gaten kreeg dat al dat abaditten uiteindelijk niet nodig was geweest. De lachwekkende serie misverstanden verliep als volgt.

Lees verder
Op de hoogte blijven? Meld u hier aan voor de nieuwsbrief van Les.