Inhoud

Het FORINER-project

Afstandsonderwijs voor buitenlandse gedetineerden
30 maart 2020

Samenvatting

Niet alleen de samenleving wordt steeds diverser, maar ook de populatie in onze gevangenissen. Het volgen van onderwijs is voor buitenlandse gedetineerden allesbehalve evident. Onderwijs wordt meestal gegeven in de taal van het land van detentie en dit vormt een barrière voor deelname. Meertalig onderwijs in de gevangenissen kan hiervoor een oplossing zijn.

Dorien Brosens en Inge Van Acker staan in dit artikel stil bij het Europese FORINER-project. Het project wilde de onderwijsmogelijkheden voor buitenlandse gedetineerden vergroten door het organiseren van afstandsonderwijs vanuit het thuisland en dus in de eigen taal van de gedetineerden. Hiervoor werden vijftien pilootprojecten opgezet in verschillende Europese landen.

foto's bij dit artikel: Stephen Vincke - FOD Justitie

Educatieve mogelijkheden voor buitenlandse gedetineerden

Op 1 september 2015 had gemiddeld 22,1% van de gedetineerden in Europa niet de nationaliteit van het land waarin ze gedetineerd zijn (Aebi et al., 2017).

Een opsluiting in een gevangenis gaat gepaard met het verlies van het recht op vrijheid. Daarnaast blijven gedetineerden echter al hun rechten behouden (Coyle, 2009), dus ook het recht op educatie. Volgens de Raad voor Mensenrechten van de Verenigde Naties komen echter niet alle lidstaten dit recht op educatie na. Daarnaast benadrukt deze Raad dat speciale aandacht besteed moet worden aan de groep buitenlandse gedetineerden en dat rekening gehouden moet worden met hun specifieke noden (Munoz, 2009).

Aan het begin van het FORINER-project heeft de PALD-onderzoeksgroep (Participatie en Leren in Detentie) van de Vrije Universiteit Brussel de educatieve mogelijkheden voor buitenlandse gedetineerden in verschillende Europese landen in kaart gebracht. Buitenlandse gedetineerden hebben veel minder educatieve mogelijkheden dan nationale gedetineerden. Dit komt omdat ze de taal van het land waar ze verblijven, niet of onvoldoende machtig zijn. Indien er toch cursussen aangeboden worden voor deze groep, leren ze vooral de taal van het land waarin ze gedetineerd zijn (Brosens & De Donder, 2016). Deze cursussen helpen gedetineerden om beter te communiceren met het personeel in de gevangenis en met medegedetineerden (Ugelvik, 2015) en de beschikbare informatie beter te begrijpen (Westrheim & Manger, 2013). Voor heel wat andere cursussen, zoals beroepsopleidingen, het versterken van sociale vaardigheden (bijvoorbeeld omgaan met agressie) en algemene vorming, vallen ze uit de boot.

Buitenlandse gedetineerden hebben veel minder educatieve mogelijkheden dan nationale gedetineerden

Het onderzoek van de PALD-onderzoeksgroep peilde ook naar de barrières die professionelen ervaren om educatie aan te bieden aan buitenlandse gedetineerden. De resultaten tonen aan dat het voornamelijk een kwestie is van middelen. Zo ervaart bijna 60% een tekort aan educatieve materialen en financiële middelen om te voorzien in een educatief aanbod dat aangepast is aan de taalnoden van buitenlandse gedetineerden. Daarnaast vindt bijna 50% van de bevraagde professionelen het moeilijk deze doelgroep educatie aan te bieden aangezien ze de taal van het land onvoldoende beheerst (Brosens & De Donder, 2016).

Van trial & error tijdens pilootprojecten …

In een volgende fase van het FORINER-project werd geprobeerd deze barrières te overwinnen. In pilootprojecten werd geëxperimenteerd met afstandsonderwijs over de landsgrenzen heen, wat resulteerde in een meertalig educatief aanbod op maat van individuele buitenlandse gedetineerden. Er werden intensieve samenwerkingen opgezet tussen begeleiders in de gevangenissen en onderwijsverstrekkers uit het thuisland van de gedetineerden. Als gemeenschappelijke taal tussen de betrokken partners werd het Engels gebruikt. Maar soms vormde de taal ook tussen de partners van de pilootprojecten een barrière. De opzet was verder om zowel projecten met digitaal afstandsonderwijs als projecten met niet-digitaal afstandsonderwijs te realiseren. Het digitale afstandsonderwijs vormde een ware uitdaging in een context zonder vrije internettoegang. In de meeste Europese landen is de internettoegang voor gedetineerden immers zeer beperkt of onbestaand.

Er werden uiteindelijk in totaal vijftien pilootprojecten opgezet over heel Europa tussen januari en juli 2017.

Over alle projecten heen volgden 36 buitenlandse studenten een cursus in hun eigen moedertaal

Over alle projecten heen volgden tijdens het FORINER-project 36 buitenlandse studenten een cursus uit hun thuisland, in hun eigen moedertaal. De gevolgde cursussen waren divers; gaande van een cursus boekhouden, geschiedenis, een taalcursus, een managementcursus, een cursus over sociale ontwikkeling tot het theoretische gedeelte van het rijbewijs. De gedetineerden konden hiervoor kiezen uit een aanbod samengesteld door de onderwijsverstrekker uit het thuisland. Afhankelijk van de mogelijkheden en ervaring van de partners was dit aanbod beperkt of eerder uitgebreid. De gedetineerden werden ondersteund door begeleiders van de gevangenissen om een weloverwogen keuze te maken.

Het aantal studenten betrokken in één pilootproject varieerde van één tot elf. Uit de mixed-method evaluatie van de pilootprojecten kwam naar voren dat gedetineerden voornamelijk deelnamen om de volgende redenen:

  • omdat ze wilden bijleren over een interessant of relevant onderwerp;
  • om hun verlangen naar leren te bevredigen;
  • omdat ze hun tijd nuttig wilden spenderen.

Verder was meer dan 60% van de studenten van mening dat het volgen van de cursus bijgedragen had aan verschillende positieve effecten:

  • aan een beter leven na detentie;
  • aan het minder snel opnieuw misdrijven te plegen;
  • aan het vinden van een betere of leukere job na vrijlating;
  • aan het beter kunnen regelen van hun dagelijks leven (zoals het huishouden, rekeningen, opvoeden van kinderen);
  • aan het verbeteren van self-efficacy in lezen en schrijven.1

Behalve één werden alle cursussen aangeboden op papier. Zowel de cursus, de huiswerkopdrachten als de feedback werden verstuurd met de post of soms per e-mail naar een contactpersoon in de lokale gevangenis. Dit zorgde voor vertraging in de communicatie tussen lesgever en student en ook voor een beperking in de beschikbaarheid van (online) studiemateriaal. Als de digitale mogelijkheden in de gevangenissen zouden uitgebreid worden, zou ook het aanbieden van een meertalig onderwijsaanbod eenvoudiger, haalbaarder en kwaliteitsvoller zijn.

… naar een Europees model voor afstandsonderwijs aan buitenlandse gedetineerden

Op basis van inzichten uit de pilootprojecten, hebben de FORINER-partners een model ontwikkeld om samenwerking tussen Europese landen te stimuleren. Het model biedt handvatten aan organisaties, beleidsmakers, gevangenissen en dergelijke om te werken rond een meertalig aanbod aan afstandsonderwijs voor buitenlandse gedetineerden.

Het model stelt dat elk Europees land twee functies zou moeten vervullen. Ten eerste dient elk land afstandsonderwijs naar hun eigen gedetineerden die in het buitenland in de gevangenis verblijven te zenden.

Een nationale 'zendende coördinator' is verantwoordelijk voor het samenbrengen, stimuleren en ondersteunen van verschillende lokale onderwijsverstrekkers met het oog op het creëren van een onderwijsaanbod voor hun buitenlandse gedetineerden.

Ten tweede zou elk Europees land afstandsonderwijs voor buitenlandse gedetineerden die in hun penitentiaire inrichtingen verblijven moeten ontvangen.

De ontvangende partner (gevangenisschool, NGO, …) staat in voor de praktische zaken, bijvoorbeeld het zorgen voor toelatingen voor educatief materiaal uit het buitenland. De ontvangende partner staat ook in voor coaching en motivatie van de gedetineerden tijdens de studie.

Praktisch is het ontbreken van online onderwijsmogelijkheden de grootste beperkende factor

Afbeelding 1. Het FORINER-model voor afstandsonderwijs aan buitenlandse gedetineerden

Conclusie

Het FORINER-project slaagde erin om de nood aan een meertalig onderwijsaanbod in de Europese gevangenissen aan te tonen. Leren draagt bij aan stijgende kansen op re-integratie (zowel in het land waar de gedetineerde verblijft als in het thuisland in geval van (verplichte) terugkeer) en dalende kansen op recidive. Het project stelde tegelijkertijd echter vast dat er een kader ontbreekt om dergelijk meertalig aanbod op een efficiënte en kwaliteitsvolle manier te realiseren. Hierdoor kunnen buitenlandse gedetineerden slechts in zeer beperkte mate onderwijs volgen. De taal is daarbij de belangrijkste barrière. Vanuit praktisch standpunt is het ontbreken van online onderwijsmogelijkheden de grootste beperkende factor. Toegang tot internet, al dan niet beperkt, zou een belangrijke stap voorwaarts zijn.

Print PDF

Literatuur

  • Aebi, M. F., Tiago, M. M. & Burkhardt, C. (2016). SPACE I – Council of Europe Annual Penal Statistics: Prison populations. Survey 2015. Strasbourg: Council of Europe.
  • Atabay, T. (2009). Handbook on prisoners with special needs. New York: United Nations Publication.
  • Brosens, D. & De Donder, L. (2016). Distance education for citizens detained abroad. Evaluation of the FORINER pilot projects. Brussel: Vrije Universiteit Brussel.
  • Brosens, D. & De Donder, L. (2016). Educational participation of European citizens detained in a foreign European country. Brussel: Vrije Universiteit Brussel.
  • Coyle, A. (2009). A human rights approach to prison management: Handbook for prison staff. London: International Centre for Prison Studies.
  • Munoz, V. (2009). Promotion and protection of human rights, civil, political, economic, social and cultural rights, including the right to development: The right to education to persons in detention. United Nations.
  • Ugelvik, T. (2015). The incarceration of foreigners in European prisons. In S. Pickering & Ham, J. (Eds.), The routledge handbook on crime and international migration (pp. 107-120). London: Routledge.
  • Westrheim, K. & Manger, T. (2013). Similarities and differences in Nordic countries. In K. Westrheim & T. Manger (Eds.), Educational background, preferences and needs: A qualitative study of prisoners from Iraq, Poland, Russia, Serbia and Somalia (pp. 157-168). Bergen: County Governor of Hordaland, Department of Education.

Noot

  • 1.De gehele evaluatie van de pilootprojecten kan je terugvinden in Brosens, D., Croux, F., & De Donder, L. (2017). Distance education for citizens detained abroad: Evaluation of the FORINER pilot projects. Zelzate: University Press.

© 2009-2020 Uitgeverij Boom Amsterdam


De artikelen uit de (online)tijdschriften van Uitgeverij Boom zijn auteursrechtelijk beschermd. U kunt er natuurlijk uit citeren (voorzien van een bronvermelding) maar voor reproductie in welke vorm dan ook moet toestemming aan de uitgever worden gevraagd:


Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (postbus 3060, 2130 KB, www.reprorecht.nl) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912. Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16, Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten, postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro).

No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.

Bekijk het laatste nummer: LES nr. 213

Column

Ken jij het werkwoord abaditten?

Soms heb je van die lachwekkende misverstanden in de les. Zo begon ik de les van vanochtend een nieuw onderdeel met de vraag: 'Wie kent Abadit?' Welnu, tijdens de les hebben wij tien minuten lang intens geabadit, alvorens ik in de gaten kreeg dat al dat abaditten uiteindelijk niet nodig was geweest. De lachwekkende serie misverstanden verliep als volgt.

Lees verder