Inhoud

Nederlands leren in de Vlaamse Rand

Uit de les 5
31 augustus 2016

Samenvatting

De cursus zit erop, ik neem afscheid van mijn cursisten. Silvia treuzelt bij het naar buiten gaan. 'Ik wil je nog iets vragen', zegt ze aarzelend. 'Mijn zoontje gaat naar een Franstalige kleuterschool. Stuur ik hem na de vakantie niet beter naar een Nederlandstalige school? Ik weet echt niet wat ik moet doen.'

Een logische keuze?

Silvia woonde tot vorig jaar met man en kind in Turijn. Toen haar man werk vond in Brussel, verhuisde het gezinnetje naar een gemeente net buiten de hoofdstad. Silvia en haar man kozen een Franstalige school voor hun zoon van drie. Een logische keuze, want het Frans van Silvia's man is behoorlijk goed en in de gemeente waar ze wonen wordt er veel meer Frans dan Nederlands gesproken. Maar ondertussen is Silvia al vijf maanden Nederlands aan het leren. Plots vindt ze die Franstalige school niet meer zo vanzelfsprekend. Ze wil graag begrijpen wat haar zoon leert op school en dat lukt beter in het Nederlands dan in het Frans.

Nederlands? Of toch maar Frans?

Franstalig of Nederlandstalig onderwijs voor mijn kind? Eerst Nederlands leren of toch maar Frans? Het zijn vragen waar veel nieuwkomers in het Brusselse mee worstelen. Het Frans is de belangrijkste voertaal in de regio, maar in de negentien gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest staan beide talen op gelijke voet. En zodra je de grens van het Gewest oversteekt, ben je in Vlaanderen en is er zelfs maar één officiële taal meer: het Nederlands. Dat de Franstaligen in sommige van die Vlaamse gemeenten in de rand rond Brussel in de meerderheid zijn, doet er niet toe. De officiële taalgrens ligt sinds 1962 onwrikbaar vast. Wel hebben Franstaligen in zes gemeenten in de Vlaamse Rand rond Brussel bepaalde taalrechten, de zogenaamde faciliteitengemeenten. Silvia's gemeente is er zo een. Je kunt er Frans spreken aan het loket in het gemeentehuis. Officiële documenten krijg je op vraag in het Frans. En er is een Franstalige kleuter- en lagere school. Kunt u zich inbeelden hoe verwarrend dit allemaal is voor iemand die nieuw is in België?

Klant is koning

Ook de gemeente waar ik lesgeef, ligt in de Vlaamse Rand. Borden met de tekst 'Vlaams en gastvrij' verwelkomen je als je de gemeente binnenrijdt. Geen tweetalige straatnamen hier. De opschriften op winkelruiten zijn eentalig Nederlands. In deze gemeente hebben Franstaligen geen faciliteiten. Toch spreken ook hier veel mensen Frans. En ruim veertig procent van de bevolking heeft een migratieachtergrond. Winkeliers gaan flexibel om met die meertaligheid. Bij de bakker en in de supermarkt schakelt men vlot over van het Nederlands naar het Frans of het Engels. Taal is geen punt. Klant is koning.

Alleen bij de gemeentelijke diensten zijn andere talen dan het Nederlands taboe. 'Engels ziet men af en toe nog door de vingers, maar o wee als je Frans durft te praten aan het loket', zeggen mijn cursisten, licht verontwaardigd. Erg gastvrij vinden ze het niet. 'Als je hier pas woont en nog geen woord Nederlands spreekt, is het even slikken.' 'Hier spreekt men Nederlands', dat is de boodschap die men er bij elke anderstalige inramt. De schrik voor een verdere verfransing is groot. Het Vlaamse karakter van de gemeente moet absoluut gevrijwaard. Taal ligt nog altijd bijzonder gevoelig in deze regio. En dat is voor een nieuwkomer soms moeilijk te begrijpen.

Moet het allemaal zo strikt

Moet het allemaal zo strikt, vraag ik me af? Zijn er geen betere manieren om mensen warm te maken voor het Nederlands? Mijn cursisten beseffen heus wel dat Nederlands belangrijk is. Ze leren Nederlands omdat hun kinderen naar een Nederlandstalige school gaan. Of om makkelijker een job te vinden. En sommigen hebben het gewoon nodig op hun werk. Neem Mohamed, die op de luchthaven werkt. 'Een paar weken geleden stopte mijn baas me zijn gsm toe', vertelt hij. 'Kan jij deze middag mijn telefoons beantwoorden', vroeg hij. 'In het Frans toch, chef?', zei ik. Nee nee, in het Nederlands', antwoordde hij. 'Ik was van plan om na deze cursus te stoppen met Nederlands leren. Maar toen heb ik beslist om ook volgend jaar nog les te volgen.'

De column Uit de Les is tweewekelijks te vinden op de site van Les en wordt afwisselend verzorgd door Ignace Fermont en Maaike Gerritsen, romanschrijfster en met haar bedrijf Taal&Verhaal onder meer werkzaam als docent Nt2 bij verschillende taalaanbieders en docent creatief schrijven aan De Schrijversacademie.

Print

© 2009-2020 Uitgeverij Boom Amsterdam


De artikelen uit de (online)tijdschriften van Uitgeverij Boom zijn auteursrechtelijk beschermd. U kunt er natuurlijk uit citeren (voorzien van een bronvermelding) maar voor reproductie in welke vorm dan ook moet toestemming aan de uitgever worden gevraagd:


Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (postbus 3060, 2130 KB, www.reprorecht.nl) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912. Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16, Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten, postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro).

No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.

Bekijk het laatste nummer: LES nr. 214

Column

Ken jij het werkwoord abaditten?

Soms heb je van die lachwekkende misverstanden in de les. Zo begon ik de les van vanochtend een nieuw onderdeel met de vraag: 'Wie kent Abadit?' Welnu, tijdens de les hebben wij tien minuten lang intens geabadit, alvorens ik in de gaten kreeg dat al dat abaditten uiteindelijk niet nodig was geweest. De lachwekkende serie misverstanden verliep als volgt.

Lees verder
Op de hoogte blijven? Meld u hier aan voor de nieuwsbrief van Les.